Citaat | Hoge Raad 12 oktober 2007

Alinea 31 Hoge Raad 12 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 12 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7958.

3.5 Nu het hof niet heeft vastgesteld dat een bericht als hiervoor in 3.4.2 bedoeld aanwezig is, heeft het ten onrechte geoordeeld dat [verzoeker] wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn, bedoeld in art. 3 lid 1 geen verzoekschrift als bedoeld in art. 284 heeft ingediend. De enkele verklaring van de griffier, die erop neerkomt dat een oproep met de tekst als in het door de rechtbank aan het hof toegezonden stuk op 16 mei 2006 aangetekend is toegezonden 'aan geadresseerde' op het adres [a-straat 1] te [plaats] en een week later nogmaals, per gewone post, kan blijkens hetgeen hiervoor is overwogen, niet als bewijs van verzending van een brief als bedoeld in art. 3 lid 1 gelden. In zoverre zijn de onderdelen 1 en 2 terecht voorgesteld. De overige klachten behoeven geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fedfa0cfdfb3b3c4c351f2e508357dfa45c65564d51aa82011ce74534d4b833, en de alinea staat in dat document op bytes 13289 tot 14110.