Citaat | Hoge Raad 2 november 2007

Alinea 48 Hoge Raad 2 november 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8445.

3.2 De erven hebben aan hun hiervoor in 1 vermelde vordering, samengevat strekkende tot verklaring voor recht dat de schenkingen aan [verweerster] nietig zijn, althans vernietiging van die schenkingen, en terugbetaling van de geschonken bedragen en van het schenkingsrecht, voorzover in cassatie van belang, het volgende ten grondslag gelegd. Zij betogen in de eerste plaats dat de schenkingen nietig zijn op grond van art. 4:953 (oud) BW, waaruit in samenhang met art. 7A:1718 (oud) BW volgt dat schenkingen door iemand die in een voor verpleging van bejaarden of geestelijk gestoorden bestemde inrichting verblijft aan een personeelslid van die instelling nietig zijn. In de tweede plaats beroepen zij zich op nietigheid van de schenkingen op grond van misbruik van omstandigheden. De rechtbank heeft de vordering van de erven afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3, en de alinea staat in dat document op bytes 10112 tot 11019.