Citaat | Hoge Raad 2 november 2007

Alinea 60 Hoge Raad 2 november 2007

Een alinea uit Hoge Raad 2 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8445.

3.5.1 Onderdeel 3 heeft betrekking op de door de erven eerst in appel aan hun beroep op misbruik van omstandigheden ten grondslag gelegde abnormale geestestoestand van de erflaatster ten tijde van de schenkingen. Het hof heeft in rov. 4.5 vooropgesteld dat de erven ten aanzien van deze stelling volstrekt onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren hebben gebracht, en overwogen dat het alleen al daarom hun aanbod op dit punt getuigen te doen horen passeert. Het onderdeel betoogt dat uit art. 7:176 volgt dat aan de stelplicht van de schenker geen hoge eisen mogen worden gesteld, nu deze bepaling de bewijslast in beginsel op de begiftigde legt. Voorts houdt het onderdeel in dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is, nu de erven hun stelling summier hebben onderbouwd en het hof niet heeft overwogen dat [verweerster] die stelling voldoende gemotiveerd heeft betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3, en de alinea staat in dat document op bytes 19554 tot 20448.