Citaat | Hoge Raad 2 november 2007
Alinea 63 Hoge Raad 2 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 2 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8445.
3.6 Onderdeel 4 keert zich tegen hetgeen het hof in rov. 4.5 verder heeft overwogen ter verwerping van de in rov. 4.4 samengevatte tweede grief van de erven. Dit oordeel komt erop neer dat de erven onvoldoende hebben gesteld om in aanvulling op de bewijslevering in eerste aanleg tot nader getuigenbewijs te worden toegelaten. Onderdeel 5 voegt daaraan de klacht toe dat het hof heeft miskend dat de door de erven aangevoerde stellingen in onderling verband en samenhang dienden te worden beoordeeld, en er vervolgens in het licht daarvan en van het partijdebat diende te worden beoordeeld of door de erven voldoende is gesteld om tot aanvullende bewijslevering te worden toegelaten. Ook deze klachten zijn tevergeefs voorgesteld, omdat uit de bestreden uitspraak niet blijkt dat het hof dit een en ander heeft miskend. Dat het hof tegen de achtergrond van de bewijslevering in eerste aanleg de door de erven aangevoerde en ten dele herhaalde stellingen in hun totaliteit ontoereikend heeft geacht om de erven tot nadere bewijslevering toe te laten, is niet onbegrijpelijk. Bij dat oordeel heeft het hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de vereisten voor een beroep op misbruik van omstandigheden, en het heeft dat oordeel toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3, en de alinea staat in dat document op bytes 21875 tot 23173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/211072a367efd50f91df66f9fa9433cf04cd0b78febdbdf94219ab013c8352f3 | shasum -a 256