Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2007

Alinea 30 Hoge Raad 16 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8508.

Kennelijk dient die verklaring in zoverre als een inleiding op het vervolg daarvan, inhoudende dat hij, [medeverdachte 1], aan [verdachte] heeft gezegd dat er een bedrag aan omzetbelasting moest worden aangegeven door Stichting [A], dat [verdachte] hem, [medeverdachte 1], opdracht heeft gegeven om die niet aan te geven en dat die stichting over het vierde kwartaal van 1999 aan omzetbelasting had moeten aangeven het bedrag dat [B] als vooraftrek heeft aangegeven, te weten ruim ƒ 661.000,-.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/194f5a2eeed46b8b5a6a40a1ad0ddab54d997614a03f17cd574a121cd59ec3c2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 194f5a2eeed46b8b5a6a40a1ad0ddab54d997614a03f17cd574a121cd59ec3c2, en de alinea staat in dat document op bytes 13162 tot 13669.