Citaat | Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 49 Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9608.
2.4.1 Uit dit antwoord op de door de Hoge Raad gestelde vragen blijkt dat het onderdeel terecht is voorgesteld ten aanzien van de medegedaagden van Roche Nederland in eerste aanleg die zijn gevestigd in een bij het EEX-Verdrag of EVEX aangesloten land, thans eiseressen tot cassatie 3 tot en met 9, nu niet is voldaan aan de voor de toepasselijkheid van art. 6 lid 1 EEX-Verdrag respectievelijk van het daarmee overeenstemmende art. 6 lid 1 EVEX geldende eis van samenhang, als geformuleerd in de uitspraak HvJEG 27 september 1988, zaak 189/87 (Kalfelis/Schröder), NJ 1990, 425. De medegedaagden zijn immers in verschillende verdragsluitende staten gevestigde vennootschappen die zijn gedagvaard ter zake van beweerde inbreuk op delen van een Europees octrooi, begaan op het grondgebied van een of meer andere verdragsluitende staten dan Nederland.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3148620bbafc14f8f3d3a053ec51fd393d950559a9bce8492abd22afda01be1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3148620bbafc14f8f3d3a053ec51fd393d950559a9bce8492abd22afda01be1, en de alinea staat in dat document op bytes 12513 tot 13375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3148620bbafc14f8f3d3a053ec51fd393d950559a9bce8492abd22afda01be1 | shasum -a 256