Citaat | Hoge Raad 21 september 2007
Alinea 58 Hoge Raad 21 september 2007
Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9610.
Door onder deze omstandigheden te oordelen dat het in de ALIB-voorwaarden opgenomen exoneratiebeding niet vernietigbaar is omdat ervan moet worden uitgegaan dat deze voorwaarden samen met de offertebevestiging, dus nog voor het sluiten van de overeenkomst, aan [eiseres] ter hand zijn gesteld, heeft het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gegeven. Het hof heeft kennelijk met toepassing van art. 157 lid 2 Rv. geoordeeld dat de terhandstelling van de ALIB-voorwaarden aan [eiseres] in de zin van art. 6:234 lid 1, aanhef en onder a), tussen partijen vaststaat. [Eiseres] heeft immers zonder voorbehoud of protest de offertebevestiging van [verweerster] ondertekend, waarin is vermeld dat een exemplaar van deze algemene voorwaarden werd meegezonden, aldus nog steeds het hof. Anders dan het middel aanvoert, staan de artikelen 6:233 en 6:234 niet aan dit oordeel in de weg. Zij regelen immers wat de gevolgen zijn indien de algemene voorwaarden niet tijdig aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. Zij hebben niet betrekking op de daaraan voorafgaande vraag of moet worden aangenomen dat die voorwaarden tijdig aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. De overige klachten van het middel bouwen voort op de tot dusver besproken onjuiste rechtsopvatting, en falen dus eveneens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82a7c07eb01478937b498b9db14ce648acab7ccb01e4d7abe901f9c114b30585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82a7c07eb01478937b498b9db14ce648acab7ccb01e4d7abe901f9c114b30585, en de alinea staat in dat document op bytes 18731 tot 20034.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/82a7c07eb01478937b498b9db14ce648acab7ccb01e4d7abe901f9c114b30585 | shasum -a 256