Citaat | Hoge Raad 21 september 2007

Alinea 60 Hoge Raad 21 september 2007

Een alinea uit Hoge Raad 21 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9610.

4.6 Het oordeel van het hof moet kennelijk aldus worden verstaan dat het door [eiseres] ingeroepen opschortingsrecht geen stand kan houden omdat de omvang van de door haar geleden schade voorshands niet vaststaat, nu zij berekening daarvan volgens de staatprocedure heeft gevorderd, zodat de door haar gestelde tegenvordering nog niet opeisbaar is. Dat oordeel berust evenwel op een onjuiste rechtsopvatting. Het feit dat de omvang van een vordering voorshands nog niet vaststaat, brengt niet mee dat die vordering nog niet opeisbaar is. Ook indien de omvang van een vordering tot schadevergoeding pas in een later stadium komt vast te staan - bijvoorbeeld na bewijslevering, dan wel in een afzonderlijke procedure zoals een schadestaat, een procedure voor een buitenlandse rechter of een arbitraal geding - is die vordering opeisbaar vanaf het moment dat de schade is geleden en aan de voorwaarden voor aansprakelijkheid is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82a7c07eb01478937b498b9db14ce648acab7ccb01e4d7abe901f9c114b30585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82a7c07eb01478937b498b9db14ce648acab7ccb01e4d7abe901f9c114b30585, en de alinea staat in dat document op bytes 20521 tot 21467.