Citaat | Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 61 Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9611.
3.5 Art. 105 Rv. verleent in "zaken betreffende de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van vennootschappen of rechtspersonen, de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van hun besluiten of die van hun organen dan wel de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig" mede bevoegdheid aan de rechter van de woonplaats of de plaats van vestiging van de rechtspersoon of de vennootschap. Vooropgesteld moet worden dat de tekst van art. 105 Rv. niet noopt tot de door het middel verdedigde, strikte uitleg van deze bepaling. Dat deze bepaling ook ziet op een geschil als het onderhavige, waarbij het gaat om de rechtsgevolgen van een besluit van een vennootschap voor een derde, wordt tevens bevestigd door de parlementaire geschiedenis van art. 6 en 105 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc5eb7d2e81637bd1e4d181bd7b7bc5b55ecb5f1bdbcfc6455307826a573d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc5eb7d2e81637bd1e4d181bd7b7bc5b55ecb5f1bdbcfc6455307826a573d01, en de alinea staat in dat document op bytes 15292 tot 16087.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbc5eb7d2e81637bd1e4d181bd7b7bc5b55ecb5f1bdbcfc6455307826a573d01 | shasum -a 256