Citaat | Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 62 Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9611.

3.6 Uit de parlementaire geschiedenis van art. 105 Rv. blijkt dat de in deze bepaling neergelegde relatieve bevoegdheidsregel beoogt aan te sluiten bij de regeling in art. 6, aanhef en onder g,(oud) Rv. (thans art. 6, aanhef en onder h, Rv.) van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter "in zaken betreffende (...) de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van in Nederland gevestigde vennootschappen of rechtspersonen; de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van hun besluiten of die van hun organen, dan wel de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig" en bij het bepaalde in art. 2:15 BW (vgl. MvT bij art. 105 Rv., Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, blz. 268):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbc5eb7d2e81637bd1e4d181bd7b7bc5b55ecb5f1bdbcfc6455307826a573d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbc5eb7d2e81637bd1e4d181bd7b7bc5b55ecb5f1bdbcfc6455307826a573d01, en de alinea staat in dat document op bytes 16107 tot 16813.