Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2007

Alinea 37 Hoge Raad 19 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9616.

"9. Ingevolge het bepaalde in artikel 359 jo artikel 278 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient het beroepschrift de gronden te bevatten waarop het hoger beroep rust. Op dit wettelijk vereiste kan een uitzondering worden gemaakt in het - zich hier voordoende - geval dat in het beroepschrift een voorbehoud is gemaakt tot aanvulling der gronden in verband met het niet tijdig kunnen beschikken over een essentieel processtuk, zoals het bestreden vonnis. Volgens vaste jurisprudentie (vergelijk Hoge Raad 23 december 2005, NJ 2006, 31) dient zo'n aanvullend beroepschrift met bekwame spoed te worden ingediend, waarbij een termijn van veertien dagen - of een zoveel kortere termijn als overeenstemt met de wettelijke beroepstermijn - na de dag van verstrekking of verzending heeft te gelden. Waar in zaken als de onderhavige geldt dat gedurende acht dagen hoger beroep kan worden ingesteld, heeft deze termijn eveneens te gelden voor indiening van een aanvullend beroepschrift.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f6dc45e4022a1134b8592930e43299d14b44485544a960e2b50820a30913a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f6dc45e4022a1134b8592930e43299d14b44485544a960e2b50820a30913a46, en de alinea staat in dat document op bytes 9417 tot 10440.