Citaat | Hoge Raad 19 oktober 2007

Alinea 40 Hoge Raad 19 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 19 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9616.

12. [Verzoekster] heeft nog aangevoerd dat zij er op grond van de schriftelijke mededeling van de griffier van het hof (rekestzaken) op heeft vertrouwd en op heeft mogen vertrouwen dat het aanvullende beroepschrift nog tot 4 juli 2006 kon worden ingediend. Dienaangaande overweegt het hof als volgt. De omstandigheid dat de raadsman van [verzoekster] overleg heeft gevoerd met de griffier van het hof en dat deze de raadsman bij brief van 26 juni 2006 heeft meegedeeld dat hij tot uiterlijk 4 juli 2006 in de gelegenheid wordt gesteld de gronden nader aan te vullen, kan het wettelijk vereiste van artikel 359 jo artikel 278 lid 1 Rv en de jurisprudentie van de Hoge Raad zoals hiervoor genoemd, niet terzijde stellen. Daarbij betrekt het hof voorts dat de raadsman er niet vanuit mag gaan dat aan zodanige mededeling van de griffier een beslissing van de rechter (in deze de rekestenkamer van het hof) ten grondslag ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f6dc45e4022a1134b8592930e43299d14b44485544a960e2b50820a30913a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f6dc45e4022a1134b8592930e43299d14b44485544a960e2b50820a30913a46, en de alinea staat in dat document op bytes 11030 tot 11966.