Citaat | Hoge Raad 16 oktober 2007

Alinea 19 Hoge Raad 16 oktober 2007

Een alinea uit Hoge Raad 16 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB2952.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 31 mei 2004 schuldig heeft gemaakt aan een valse aangifte van diefstal met geweld. Volgens zijn aangifte zou hij daarbij zijn bestolen van onder meer een grote hoeveelheid drogisterijartikelen. Blijkens de vaststellingen van het Hof waren die artikelen echter nog niet aan de verdachte geleverd. De verdachte heeft dit laatste steeds ontkend. Ter toelichting heeft hij ter terechtzitting in eerste aanleg een geluidsband overgelegd van een gesprek met de leverancier van de drogisterijartikelen. Die geluidsopname heeft de verdachte ruim een jaar na de hiervoor onder 1 genoemde aangifte en enkele dagen voor de aanvang van het onderzoek op de terechtzitting gemaakt. Het inbeslaggenomen voorwerp is de memorecorder waarmee, naar de verdachte stelt, de geluidsopname is gemaakt. Die memorecorder is inbeslaggenomen voor onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut. De onderzoeksresultaten zijn bij de stukken gevoegd. Bij de bestreden uitspraak heeft het Hof de memorecorder verbeurd verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d786daa44da7208802a163a7adf1d68ca7d524a7c224861f40411012c7dbd740. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d786daa44da7208802a163a7adf1d68ca7d524a7c224861f40411012c7dbd740, en de alinea staat in dat document op bytes 6929 tot 8006.