Citaat | Hoge Raad 11 december 2007

Alinea 36 Hoge Raad 11 december 2007

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3055.

Aan de orde is de vraag of verdachte ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Het beroep moest in deze zaak, ingevolge artikel 408 lid 2 Sv, binnen 14 dagen nadat zich een omstandigheid had voorgedaan waaruit voortvloeide dat het vonnis de verdachte bekend was, worden ingesteld. Op 15 april 2005 heeft de raadsman van verdachte een brief gestuurd aan het openbaar ministerie te Groningen, waaruit blijkt dat de raadsman en verdachte op dat moment bekend waren met het parketnummer en met de opgelegde straf. Het hoger beroep is op 3 mei 2005 ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/605affe45baf68c81b51f3ccf3a4c9aead5f79b7afd877a8824c83bede7ef06e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 605affe45baf68c81b51f3ccf3a4c9aead5f79b7afd877a8824c83bede7ef06e, en de alinea staat in dat document op bytes 11071 tot 11634.