Citaat | Hoge Raad 11 december 2007
Alinea 42 Hoge Raad 11 december 2007
Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3055.
In eerste aanleg is de dagvaarding niet in persoon betekend. Mijn cliënt wist niks van het verstekvonnis. De opgelegde straf is omgezet en het openbaar ministerie is aangevangen met de executie zonder dat dit vonnis onherroepelijk was geworden. Ik kreeg de stukken van de zaak pas op 3 mei 2005. Ik heb die dag contact gehad met de officier van justitie en deze heeft mijn cliënt onmiddellijk in vrijheid gesteld, terwijl ik hoger beroep heb ingesteld. Volgens de Hoge Raad vangt de appèltermijn pas aan op het moment waarop de verdachte begrijpt waar het om gaat. Mijn cliënt is dus wel ontvankelijk in zijn hoger beroep. Het openbaar ministerie heeft in deze zaak steken laten vallen. In het licht van de jurisprudentie ligt het niet in de rede dat mijn cliënt de dupe wordt van een administratieve omissie bij het openbaar ministerie."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/605affe45baf68c81b51f3ccf3a4c9aead5f79b7afd877a8824c83bede7ef06e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 605affe45baf68c81b51f3ccf3a4c9aead5f79b7afd877a8824c83bede7ef06e, en de alinea staat in dat document op bytes 12877 tot 13733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/605affe45baf68c81b51f3ccf3a4c9aead5f79b7afd877a8824c83bede7ef06e | shasum -a 256