Citaat | Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 33 Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3360.
4.3.1. De Zesde richtlijn bevat geen uitdrukkelijke bepalingen voor het geval ten onrechte een bedrag aan BTW op een factuur wordt vermeld vanwege een vergissing. In dit verband heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat zolang de gemeenschapswetgever deze lacune niet verhelpt, het aan de lidstaten staat om er een oplossing voor te zoeken (zie het arrest van het Hof van Justitie van 13 december 1989, Genius Holding B.V., C-342/87, Jurispr., blz. I-4227, punt 18, het aangehaalde arrest van het Hof van Justitie in de zaak Schmeinck & Cofreth/Manfred Strobel en het arrest van 6 november 2003, Maria Karageorgou, Katina Petrova en Loukas Vlachos, de gevoegde zaken C-78/02 tot en met 80/02, Jurispr., blz. I-13295, punt 49 en 50). Deze kunnen voorzien in de mogelijkheid om, wanneer de opsteller van de factuur te goeder trouw blijkt te zijn, alle ten onrechte gefactureerde belasting te herzien en zelfs in de mogelijkheid om deze belasting te herzien wanneer de opsteller van de factuur niet te goeder trouw is, mits in dat geval de opsteller van de factuur het gevaar voor verlies van belastinginkomsten tijdig en volledig heeft uitgeschakeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af5e69a3b39689727fb58d8c8b17cbcd1aa0fd3b58a57227c06dff460d797d11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af5e69a3b39689727fb58d8c8b17cbcd1aa0fd3b58a57227c06dff460d797d11, en de alinea staat in dat document op bytes 14417 tot 15582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af5e69a3b39689727fb58d8c8b17cbcd1aa0fd3b58a57227c06dff460d797d11 | shasum -a 256