Citaat | Hoge Raad 5 oktober 2007
Alinea 26 Hoge Raad 5 oktober 2007
Een alinea uit Hoge Raad 5 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4739.
Middel 3, dat zich tegen dit oordeel en deze redengeving keert met een beroep op het zorgvuldigheids-, rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, kan, wat er zij van ’s Hofs oordeel, niet tot cassatie leiden. Voor zover het middel berust op het uitgangspunt dat de door belanghebbende ingediende aangifte verontreinigingsheffing voor het jaar 2001 moet worden beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht, miskent het dat in artikel 8, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst 2001) is bepaald dat het doen van aangifte geen aanvraag in de zin van voormeld artikel 1:3, lid 3, is. De door het Hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegde feiten worden als zodanig in cassatie niet bestreden. Hetgeen het Hof overigens nog heeft overwogen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden onderzocht; het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. In het licht van die feiten en dat overwogene faalt het beroep op evenvermelde beginselen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29f57732049b9ac0947db07185e9a10b51468e1d8fe8bb37b0563fdf3b4cbb50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29f57732049b9ac0947db07185e9a10b51468e1d8fe8bb37b0563fdf3b4cbb50, en de alinea staat in dat document op bytes 11137 tot 12279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29f57732049b9ac0947db07185e9a10b51468e1d8fe8bb37b0563fdf3b4cbb50 | shasum -a 256