Citaat | Hoge Raad 11 december 2007

Alinea 170 Hoge Raad 11 december 2007

Een alinea uit Hoge Raad 11 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB4849.

4.2. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Weliswaar valt in de bewoordingen van art. 416, eerste lid, Sr niet te lezen dat degene die opzettelijk een door misdrijf verkregen voorwerp verwerft of voorhanden heeft dan wel een andere in die bepaling genoemde gedraging verricht, slechts dan als schuldig aan heling kan worden gestraft indien het misdrijf waardoor het voorwerp is verkregen door een ander is gepleegd, doch krachtens het begrip van heling - een begunstigingsmisdrijf - moet worden aangenomen dat de omstandigheid dat iemand een helingshandeling als genoemd in gemeld wetsartikel begaat ten aanzien van een voorwerp dat hij zelf door enig misdrijf heeft verkregen, aan diens veroordeling wegens heling in de weg staat. Indien dit laatste uit het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk wordt, is een veroordeling ter zake van heling uitgesloten (vgl. onder meer HR 30 oktober 2001, LJN AD5149, NJ 2002, 128). Opmerking verdient evenwel dat een veroordeling ter zake van heling niet is uitgesloten indien het gaat om uitlokking van bedoeld misdrijf (vgl. HR 21 mei 1991, DD 91.314).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7dae32ff2de28385cbe5751b4e75fb24759fc4c2d765eb29b403369a7dcce53e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7dae32ff2de28385cbe5751b4e75fb24759fc4c2d765eb29b403369a7dcce53e, en de alinea staat in dat document op bytes 48095 tot 49239.