Citaat | Hoge Raad 14 december 2007

Alinea 33 Hoge Raad 14 december 2007

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7189.

3.2 In het door het middel bestreden arrest heeft het hof in het incident [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering een derde in vrijwaring te mogen oproepen, met verwijzing van de hoofdzaak naar een in het dictum genoemde datum voor het nemen van een memorie van grieven. Het hof heeft dus een tussenarrest gewezen omdat in het dictum daarvan niet een beslissing is genomen waarmee aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde een einde is gemaakt (HR 17 maart 2006, C05/031, NJ 2007, 594). Aangezien het hof niet heeft bepaald dat tussentijds beroep tegen zijn arrest openstaat, moet [eiseres] ingevolge art. 401a lid 2 Rv. niet-ontvankelijk worden verklaard in haar cassatieberoep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc6ffb11b35d748040c194ebfcc770cadd547d1ebb66a4011b8d034b906bd716. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc6ffb11b35d748040c194ebfcc770cadd547d1ebb66a4011b8d034b906bd716, en de alinea staat in dat document op bytes 7706 tot 8424.