Citaat | Hoge Raad 14 december 2007
Alinea 51 Hoge Raad 14 december 2007
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB7650.
[Eiseres] voert daartegen aan dat indien zich binnen de cassatietermijn een rechtsontwikkeling voordoet, een redelijke, op een weging van de belangen van alle partijen gebaseerde, toepassing van art. 400 Rv. met zich brengt dat van berusting als bedoeld in dat artikel geen sprake is indien alsnog de beslissing wordt genomen cassatieberoep in te stellen. Met haar beroep op de rechtsontwikkeling doelt [eiseres] op het arrest van 19 januari 2007, nr. C05/273, NJ 2007, 62, waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat art. 3:200 BW aldus moet worden uitgelegd dat deze bepaling niet eraan in de weg staat dat na het verstrijken van de daarin genoemde vervaltermijn alsnog door de ene deelgenoot tegen de andere deelgenoot een vordering uit onrechtmatige daad wordt ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd98f768c8bb6f0b2f0fb7bd2fb0174df6647c2b5da25eda4839fdf35c359a7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd98f768c8bb6f0b2f0fb7bd2fb0174df6647c2b5da25eda4839fdf35c359a7e, en de alinea staat in dat document op bytes 12020 tot 12805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd98f768c8bb6f0b2f0fb7bd2fb0174df6647c2b5da25eda4839fdf35c359a7e | shasum -a 256