Citaat | Hoge Raad 18 december 2007

Alinea 34 Hoge Raad 18 december 2007

Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB8870.

"Op 20 april 2004 zag ik dat [verdachte] (verdachte, zo begrijpt het hof) met een flinke vaart in de [a-straat] te [woonplaats] kwam aanrijden in de auto van zijn vriendin. Hij reed met volle vaart in op de bromfiets van [slachtoffer 2]. Deze bromfiets stond geparkeerd op de stoep vlak voor het verhuurpand. Ik zag dat [verdachte] de kofferbak van de auto had geopend en daaruit een krik had gepakt. [Slachtoffer 1] ([slachtoffer 1], zo begrijpt het hof) was nog niet bij de voordeur, toen ik [verdachte] hoorde roepen: "[Slachtoffer 1], ik heb wat voor je." Toen [slachtoffer 1] op de stoep voor de ingang stond, stormde [verdachte] op hem af en sloeg met behoorlijke kracht met de autokrik op het hoofd van [slachtoffer 1]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcdf13eb88433b4c02989de421f08effbf36c3cd7f5a7514fb58e5e2c8380597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcdf13eb88433b4c02989de421f08effbf36c3cd7f5a7514fb58e5e2c8380597, en de alinea staat in dat document op bytes 10134 tot 10874.