Citaat | Hoge Raad 18 december 2007
Alinea 37 Hoge Raad 18 december 2007
Een alinea uit Hoge Raad 18 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB8870.
Verdachte was op 19 april 2004 in verzekering gesteld naar aanleiding van een aangifte door enkele bewoners van het pand [a-straat 1] te [woonplaats]. Ter zitting van het hof heeft hij verklaard dat hij meende dat (het slachtoffer) [slachtoffer 1] een van die aangevers was. Tegenover de verbalisanten in die zaak heeft hij aangegeven dat hij wraak wilde nemen op de aangevers en dat hij de aangevers dood zou maken. Vlak voordat verdachte en zijn vriendin ongeveer vier uren later bij het appartementencomplex in [woonplaats] arriveerden, heeft hij zijn vriendin uit de auto gezet. Met een autokrik heeft verdachte vervolgens op het slachtoffer [slachtoffer 1] ingeslagen. Het hof is van oordeel dat het een voorzienbaar gevolg is dat iemand komt te overlijden wanneer hij met een dergelijk zwaar metalen voorwerp als een autokrik met kracht op zijn hoofd wordt geslagen. Aldus heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van het slaan met de krik op hoofd zou zijn overleden".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcdf13eb88433b4c02989de421f08effbf36c3cd7f5a7514fb58e5e2c8380597. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcdf13eb88433b4c02989de421f08effbf36c3cd7f5a7514fb58e5e2c8380597, en de alinea staat in dat document op bytes 11318 tot 12350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcdf13eb88433b4c02989de421f08effbf36c3cd7f5a7514fb58e5e2c8380597 | shasum -a 256