Citaat | Hoge Raad 18 maart 2008

Alinea 4 Hoge Raad 18 maart 2008

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA1024.

- Hetgeen in de aanvrage en de aanvullende herzieningsverzoeken is aangevoerd – vzv. het niet afstuit op hetgeen is vooropgesteld omtrent de aard van het buitengewone rechtsmiddel van herziening – levert zowel afzonderlijk als in onderling verband beschouwd, niet op een omstandigheid id.z.v. art. 457.1.2° Sv, die het ernstige vermoeden wekt dat, ware het Hof daarmee bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid tot vrijspraak van aanvrager. Dat geldt voor alle besproken stellingen van aanvrager maar ook voor de overige inhoud van de aanvrage en de aanvullende herzieningsverzoeken. Dit brengt mee dat de aanvrage, vzv. ontvankelijk, ongegrond is, zodat deze moet worden afgewezen. De HR acht geen grond aanwezig voor het horen van prof. dr. De Knijff en dr. Kenny als getuigen-deskundigen over hun bevindingen en voor het aanwijzen van een ander instituut dan het NFI voor het doen van onderzoek naar de herkomst van het op de blouse van het s.o. aangetroffen sporenmateriaal. In de afwijzing van de herzieningsaanvrage ligt besloten dat ook de desbetreffende - in de aanvrage subsidiair gedane - verzoeken worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d, en de alinea staat in dat document op bytes 7092 tot 8251.