Citaat | Hoge Raad 18 maart 2008
Alinea 477 Hoge Raad 18 maart 2008
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA1024.
7.3.5. Voorts wordt in de aanvrage aangevoerd dat het Hof is uitgegaan van de hypothese dat de aangetroffen DNA-sporen huidcellen betreffen, terwijl uit het FSS-rapport blijkt dat het niet mogelijk is te achterhalen van welk lichaamsmateriaal het aangetroffen DNA afkomstig is, zodat het Hof - ware het daarmee bekend geweest - "niet, althans niet zonder meer, de DNA-sporen als bewijs van daderschap zou hebben aangemerkt". De Hoge Raad begrijpt deze stelling aldus dat volgens de aanvrage het FSS-rapport inhoudt dat niet kan worden uitgesloten dat de DNA-sporen via zakelijk contact zijn overgedragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d, en de alinea staat in dat document op bytes 150636 tot 151253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d | shasum -a 256