Citaat | Hoge Raad 18 maart 2008

Alinea 613 Hoge Raad 18 maart 2008

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA1024.

11.2.1. De omstandigheid sub (i) betreft de daderwetenschap van [de J.]. De aanvrager beroept zich daartoe allereerst op de verklaringen die [getuige H.B.], ex-vriendin van [de J.], heeft afgelegd waaruit zou volgen dat [de J.] al op 24 september 1999 op de hoogte was van het overlijden van [het slachtoffer], terwijl haar stoffelijk overschot pas op 25 september 1999 door de politie is aangetroffen. Ook zou [de J.] haar al op 24 september 1999 de tekst voor een rouwadvertentie hebben laten zien. Op grond van dit een en ander wordt in de aanvrage het volgende betoogd: "In het persbericht van 13 juni 2006 stelt het College onder het kopje 'Daderwetenschap': "Het team concludeert op basis van zijn onderzoek dat deze beweringen niet objectief kunnen worden onderbouwd".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d, en de alinea staat in dat document op bytes 199229 tot 200017.