Citaat | Hoge Raad 18 maart 2008
Alinea 698 Hoge Raad 18 maart 2008
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA1024.
13.5. Het vorenoverwogene brengt mee dat hetgeen in de aanvrage en de aanvullende herzieningsverzoeken is aangevoerd - voor zover het niet afstuit op hetgeen hiervoor onder 6 is vooropgesteld omtrent de aard van het buitengewone rechtsmiddel van herziening - zowel afzonderlijk als in onderling verband beschouwd, niet oplevert een omstandigheid in de zin van art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sv, die het ernstige vermoeden wekt dat, ware het Hof daarmee bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid tot vrijspraak van de aanvrager. Dat geldt voor alle hiervoor besproken stellingen van de aanvrager maar ook voor de overige inhoud van de aanvrage en de aanvullende herzieningsverzoeken. Dit brengt mee dat de aanvrage, voor zover ontvankelijk, ongegrond is, zodat deze moet worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d, en de alinea staat in dat document op bytes 240287 tot 241114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d | shasum -a 256