Citaat | Hoge Raad 18 maart 2008

Alinea 802 Hoge Raad 18 maart 2008

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA1024.

14. De tweede vraag die de verklaringen van [getuige H.] van 19 oktober 2006 en later doen rijzen is hoe aannemelijk het is dat [De J.] op 24 september 1999 zich bij de begraafplaats heeft vervoegd en de mededelingen heeft gedaan die uit de mond van [getuige H.] zijn opgetekend. Het enkele feit dat [getuige H.] een andere datum voor deze ontmoeting zou hebben gegeven bij zijn verhoor op 18 oktober 1999 sluit nog niet uit dat de inhoud van de verklaring van 19 oktober 2006 op dit punt de juiste is, maar maakt dat niet erg waarschijnlijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d, en de alinea staat in dat document op bytes 277777 tot 278332.