Citaat | Hoge Raad 18 maart 2008
Alinea 810 Hoge Raad 18 maart 2008
Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA1024.
18. Waarom [De J.] op 24 september 1999 met een hem toch nagenoeg onbekende medewerker van de begraafplaats zou hebben gesproken over de wijze waarop [slachtoffer] om het leven was gekomen is mij een raadsel als men ervan uitgaat dat [De J.] bij haar dood betrokken is geweest en daarbij zo koelbloedig en geraffineerd te werk zou zijn gegaan dat hij geen enkel spoor heeft achtergelaten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d, en de alinea staat in dat document op bytes 283970 tot 284371.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45944cf835232a237d701db4bb648b098d8238770503dcda3305c37502c5af9d | shasum -a 256