Citaat | Hoge Raad 21 maart 2008
Alinea 54 Hoge Raad 21 maart 2008
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC1849.
3.5.5. Bij het voorgaande dient niettemin in het oog te worden gehouden dat onder bijzondere omstandigheden de uitoefening door de vennootschap (veelal de curator in haar faillissement) van de bevoegdheid zich op de voet van art. 2:256 op de ongeldigheid van de onbevoegdelijk verrichte rechtshandeling te beroepen, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan worden geacht, vanwege de ingrijpende gevolgen voor de wederpartij die aan een geslaagd beroep zijn verbonden, in aanmerking genomen het belang van het handelsverkeer en de strekking van art. 2:256.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/13e46febea82c37585f4e830f37021d15a4ebc9a92331d0f1a7656209b4d9605. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 13e46febea82c37585f4e830f37021d15a4ebc9a92331d0f1a7656209b4d9605, en de alinea staat in dat document op bytes 15470 tot 16065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/13e46febea82c37585f4e830f37021d15a4ebc9a92331d0f1a7656209b4d9605 | shasum -a 256