Citaat | Hoge Raad 11 april 2008
Alinea 46 Hoge Raad 11 april 2008
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2721.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 362 lid 2 F. blijkt niet dat de wetgever door opneming van deze bepaling heeft willen breken met de zojuist weergegeven rechtspraak. De uitsluitingen in art. 362 lid 2 F. van de toepasselijkheid van de huidige derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geschied vanwege de specifieke rechtsgang die in de Faillissementswet is neergelegd (zie de memorie van toelichting, Kamerstukken II 2000-2001, 27824, nr. 3, blz. 2-3). Echter, in de Faillissementswet is ook na 1 januari 2002 niet voorzien in een specifieke regeling voor de mogelijkheid van een proceskostenveroordeling. Aangenomen moet daarom worden dat het bepaalde in art. 362 lid 2 F. niet eraan in de weg staat dat overeenkomstig het bepaalde in art. 289 Rv. en met overeenkomstige toepassing van art. 362 Rv. ook in hoger beroep, een uitspraak op een verzoek ingevolge de Faillissementswet een veroordeling in de proceskosten kan inhouden. Het is aan het inzicht van de rechter die over de feiten oordeelt overgelaten of hij in het gegeven geval tot een zodanige veroordeling aanleiding vindt (vgl. HR 24 oktober 1997,nr. 8971, NJ 1998, 68).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fb61ab52ea37e403b175a49d9aea0202b25629f50956f46fcd33d160dbaf3a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fb61ab52ea37e403b175a49d9aea0202b25629f50956f46fcd33d160dbaf3a4, en de alinea staat in dat document op bytes 12213 tot 13411.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fb61ab52ea37e403b175a49d9aea0202b25629f50956f46fcd33d160dbaf3a4 | shasum -a 256