Citaat | Hoge Raad 4 maart 2008

Alinea 25 Hoge Raad 4 maart 2008

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3762.

"Ik werk als algemeen medewerker bij een vishandel. Ik sta op de vismarkt te Maastricht. Op 8 oktober 2004 bevond ik mij bij de viskraam te Maastricht. Ik was bezig met het schoonmaken en fileren van vis. Ik zag toen dat twee mij onbekende mannen onze viskraam naderden. Ik zag dat deze mannen naar de kratten toeliepen waar de vis in lag. Ik zag dat één van deze mannen twee vissen uit een krat pakte en in zijn zak wilde stoppen. Ik riep tegen deze man dat hij deze vissen terug moest leggen. Terwijl ik dat zei liep ik in zijn richting. Toen ik bij de beide mannen kwam heb ik vervolgens met mijn beide handen met kracht tegen de borst van een van de mannen geduwd. Dit was niet de man die de vissen gepakt had. Tengevolge van mijn duwen en vanwege het feit, dat achter deze man een paaltje stond, viel de man achterover op de grond. Ik zag dat hij onmiddellijk opstond. Ik heb met een vuist, met kracht geslagen op het gezicht van die man. Ik raakte hem daarbij op zijn mond. Ik heb eenmaal geslagen. Ik zag dat de man tengevolge van mijn vuistslag zich van pijn afdraaide en een hand voor zijn gezicht hield. Ik ben naar de man toegegaan en ik zag dat zijn lip gescheurd was en ik zag heel veel bloed."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4e5ac36e2d5a558cd109a23c204b09b511d73823e8f3146eee54f21c193f0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4e5ac36e2d5a558cd109a23c204b09b511d73823e8f3146eee54f21c193f0f, en de alinea staat in dat document op bytes 11018 tot 12240.