Citaat | Hoge Raad 4 maart 2008

Alinea 55 Hoge Raad 4 maart 2008

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC3762.

3.7. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat ten tijde van de bewezenverklaarde gedraging voor de verdachte niet meer de noodzaak bestond zich te verdedigen tegen de wederrechtelijke aanranding door [getuige 1], bestaande uit het door die [getuige 1] wegnemen van vis uit de viskraam van de verdachte, omdat die vis op dat moment weer was teruggelegd. Nu het hof aldus van een voorafgaande, reeds beëindigde noodweersituatie is uitgegaan, is de verwerping van het beroep op noodweerexces ontoereikend gemotiveerd, omdat, naar hiervoor onder 3.6 sub b is vooropgesteld, ook nog van noodweerexces sprake kan zijn als de noodweersituatie reeds is beëindigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca4e5ac36e2d5a558cd109a23c204b09b511d73823e8f3146eee54f21c193f0f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca4e5ac36e2d5a558cd109a23c204b09b511d73823e8f3146eee54f21c193f0f, en de alinea staat in dat document op bytes 19749 tot 20417.