Citaat | Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 44 Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4846.

Het middel faalt. Indien een schuldeiser of een derde stelt een pandrecht te hebben op een tot de boedel behorend goed, staat geen rechtsregel eraan in de weg - dus ook art. 58 lid 1 F. niet - dat de curator niet alleen deze stelling betwist, maar bovendien met het oog op een vlotte afwikkeling van het faillissement aan degeen die zich op het pandrecht beroept, een redelijke termijn stelt om zijn beweerde recht uit te oefenen. Met deze beide bevoegdheden wordt immers op verschillende, onderling zeer wel verenigbare, wijze het belang van de boedel gediend; de betwisting strekt ter verzekering dat geen ongerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op het in art. 3:277 BW besloten liggende gelijkheidsbeginsel; de termijnstelling strekt tot een voortvarende afwikkeling van de boedel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f433dee202fc7aa7108d64b0d15ca3653e74acec8ce3cf0965466f24171188d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f433dee202fc7aa7108d64b0d15ca3653e74acec8ce3cf0965466f24171188d, en de alinea staat in dat document op bytes 12168 tot 12966.