Citaat | Hoge Raad 18 april 2008

Alinea 49 Hoge Raad 18 april 2008

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7407.

3.2 In dit geding vordert [eiseres] van [verweerder] vergoeding van de schade die zij lijdt doordat [verweerder] haar zaak niet tijdig heeft voorgelegd aan het Scheidsgerecht, op te maken bij staat. Zij baseert haar vordering op de stelling dat [verweerder] door die nalatigheid een beroepsfout heeft begaan. De door haar gestelde schade bestaat uit het bedrag van de thans uitgebleven aanvulling op haar WAO-uitkering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7218f07db6480e16f33f67b9e099159cfcb93ff926a2da05ae87f4d17ee1303. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7218f07db6480e16f33f67b9e099159cfcb93ff926a2da05ae87f4d17ee1303, en de alinea staat in dat document op bytes 11750 tot 12182.