Citaat | Hoge Raad 27 juni 2008
Alinea 91 Hoge Raad 27 juni 2008
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7669.
3.5.3 De werknemer, zoals [eiser], die zich erop beroept dat hij als gevolg van de hiervoor bedoelde "situatieve arbeidsongeschiktheid" zijn werkzaamheden niet heeft verricht en over de betrokken periode doorbetaling van zijn loon vordert, zal feiten en omstandigheden moeten stellen en zonodig aannemelijk moeten maken die tot het oordeel kunnen leiden dat in die periode de arbeidsomstandigheden, door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen, voor hem zodanig waren dat, met het oog op de (dreiging van) psychische of lichamelijke klachten, van hem redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten. Hierbij verdient aantekening dat de werknemer in een zodanig geval van "situatieve arbeidsongeschiktheid" in beginsel gehouden is alle medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn de oorzaken daarvan weg te nemen. De werknemer behoudt dan ingevolge art. 7:628 BW zijn recht op loon, en "werkweigering" kan dan geen ontslaggrond vormen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30ebbf7ad7ef705740f1bb4bf6804e467f91a3f020ae3aa3f0e23c8f61d214d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30ebbf7ad7ef705740f1bb4bf6804e467f91a3f020ae3aa3f0e23c8f61d214d4, en de alinea staat in dat document op bytes 29241 tot 30280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30ebbf7ad7ef705740f1bb4bf6804e467f91a3f020ae3aa3f0e23c8f61d214d4 | shasum -a 256