Citaat | Hoge Raad 27 mei 2008
Alinea 38 Hoge Raad 27 mei 2008
Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7961.
Ik verklaar u dat er op 30 oktober 2000 weer een zending zou binnenkomen. Ik werd door [betrokkene] gebuzzerd dat er vier kistjes aan boord moesten zitten. [Betrokkene 3] belde mij op met de mededeling dat er niks op zat. Ik heb [betrokkene] gebeld en gezegd dat er niets aan boord zat. [Betrokkene] zou navraag doen in Suriname. Later die dag hebben [betrokkene 6] en ik [betrokkene] ontmoet in het brugrestaurant over de A4 nabij Schiphol. Ik zag dat [betrokkene] samen met een andere Surinamer aanwezig was. Later die avond werd ik opgebeld door [betrokkene] dat er toch vier kistjes met 100 kilo cocaïne zouden worden verzonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2cd776eec27879be7c017f631b4903617569b509beb23a7ac75c420217d65a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2cd776eec27879be7c017f631b4903617569b509beb23a7ac75c420217d65a5, en de alinea staat in dat document op bytes 13750 tot 14397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2cd776eec27879be7c017f631b4903617569b509beb23a7ac75c420217d65a5 | shasum -a 256