Citaat | Hoge Raad 27 mei 2008

Alinea 78 Hoge Raad 27 mei 2008

Een alinea uit Hoge Raad 27 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC7961.

3.4. De overweging van het Hof houdt onder meer in dat, voor zover het juist is dat aan de betrokkene toezeggingen zijn gedaan dat hij een deel van de opbrengst van uit misdrijven verkregen gelden zou ontvangen, daarmee vast staat dat hij daadwerkelijk voordeel heeft genoten. Indien het Hof daarmee heeft geoordeeld dat de enkele toezegging van gelden zonder meer kan worden aangemerkt als voordeel als bedoeld in art. 36e, vierde lid, Sr, geeft dit oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip voordeel. Het daarin besloten liggende oordeel dat sprake is van daadwerkelijk behaald voordeel is gelet op hetgeen is aangevoerd ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2cd776eec27879be7c017f631b4903617569b509beb23a7ac75c420217d65a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2cd776eec27879be7c017f631b4903617569b509beb23a7ac75c420217d65a5, en de alinea staat in dat document op bytes 19024 tot 19709.