Citaat | Hoge Raad 23 mei 2008

Alinea 40 Hoge Raad 23 mei 2008

Een alinea uit Hoge Raad 23 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9107.

3.2 Onderdeel 2 van het middel (onderdeel 1 bevat een inleiding) betoogt dat het hof met betrekking tot de kwestie van de grafrechten nader had moeten motiveren waarom het recht van [eiser 1] en zijn echtgenote op het respecteren van hun privacy in dit geval moet worden achtergesteld bij het belang van De Telegraaf bij publicatie. Volgens het onderdeel blijft in de motivering van het hof onaanvaardbaar onduidelijk waarom in het optreden van [eiser 1] in financiële zaken rechtvaardiging kan worden gevonden om bijzonderheden over het overlijden van zijn zoon en de wens van [eiser 1] en zijn echtgenote om zich op deze wijze in de dood symbolisch met hun zoon verenigd te weten, in zo brede kring te verspreiden. Onderdeel 3 voegt daaraan toe dat het hof nader had moeten afwegen of "deze hoogstpersoonlijke omstandigheden" voor de nieuwsgaring en nieuwsverspreiding werkelijk van zo groot belang waren dat het recht op privacy van [eiser 1] en zijn echtgenote ook in dit opzicht daarvoor moest wijken. Als het hof ervan is uitgegaan dat het slechts de artikelen in hun totaliteit in zijn oordeel moest betrekken, getuigt dit van een onjuiste rechtsopvatting. Als het hof wel van een juiste rechtsopvatting is uitgegaan is dit oordeel volgens onderdeel 4 ontoereikend gemotiveerd, nu [eiser 1] en zijn echtgenote hebben gesteld dat zij juist door de openbaarmaking van de grafkwestie diep zijn gekwetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01afdda04bfab1221c6d6927d94780a00fb0c737d2f95c8cfff643a321bc5525. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01afdda04bfab1221c6d6927d94780a00fb0c737d2f95c8cfff643a321bc5525, en de alinea staat in dat document op bytes 8129 tot 9551.