Citaat | Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 18 Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9185.

4.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende was van 16 mei 1976 tot 1 augustus 1998 in dienst bij D NV, gevestigd te Q (hierna: de bank). Hij woonde en werkte tot 1 maart 1996 in Nederland. Aansluitend werkte hij tot 1 augustus 1998 in Engeland, waar hij van 1 maart 1996 tot en met 2 november 1998 ook woonde. Belanghebbende werd op 1 maart 1996 voor drie jaar tot directeur van de Engelse tak van de bank benoemd. Naar het oordeel van het bestuur van de bank functioneerde belanghebbende in Engeland niet naar tevredenheid. Hem werden daarop andere functies binnen de bank aangeboden, die hij evenwel niet heeft aanvaard. Op verzoek van de bank is belanghebbendes dienstbetrekking vervolgens bij beschikking van de Kantonrechter te Amsterdam per 1 augustus 1998 ontbonden. De bank werd veroordeeld om aan belanghebbende een vergoeding te betalen van ƒ 1.800.000 (hierna: de ontslagvergoeding). De bank heeft de ontslagvergoeding in augustus 1998 gestort op een bankrekening van een notaris, die daarvan in oktober 1998 ƒ 600.000 heeft doorbetaald aan belanghebbende, onder inhouding van ƒ 270.000 aan loonbelasting. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze inhouding. In een aan de Inspecteur gerichte brief van 2 februari 2005 schreef G NV, de rechtsopvolger van de bank:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4232f523b04a47b687f24c2b6793e31656e5117a831e1311f14b886e2a85ab06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4232f523b04a47b687f24c2b6793e31656e5117a831e1311f14b886e2a85ab06, en de alinea staat in dat document op bytes 6873 tot 8198.