Citaat | Hoge Raad 11 april 2008

Alinea 25 Hoge Raad 11 april 2008

Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9185.

4.6. Middel 2 betoogt dat het Hof bij zijn oordeel dat de heffingsbevoegdheid ter zake van de ontslagvergoeding geheel toekomt aan Nederland, heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel slaagt. In het verwijzingsarrest is tot uitdrukking gebracht dat een ontslagvergoeding die (slechts) in algemene zin verband houdt met de uitoefening van de dienstbetrekking, niet onder het "tenzij" van artikel 15, lid 1, van het Belastingverdrag Nederland - Verenigd Koninkrijk van 7 november 1980 (hierna: het Verdrag) kan worden gebracht indien en voor zover - kort gezegd - de ontslagvergoeding niet is doorbelast naar de werkstaat die het betreft. In dat geval is de band van de ontslagvergoeding met het arbeidsverleden in die werkstaat onvoldoende om de hoofdregel van artikel 15, lid 1, van het Verdrag niet van toepassing te achten. Aangezien in het onderhavige geval het Verenigd Koninkrijk - als woonstaat - heffingsbevoegd is volgens de hoofdregel en de voorwaarde inzake doorbelasting slechts betekenis heeft voor het heffingsrecht van de werkstaat, heeft het Hof ten onrechte aan de omstandigheid dat de ontslagvergoeding niet is doorbelast naar een vaste inrichting van de werkgever in het Verenigd Koninkrijk het gevolg verbonden dat Nederland meer dan 36,3 percent van de ontslagvergoeding in de heffing kan betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4232f523b04a47b687f24c2b6793e31656e5117a831e1311f14b886e2a85ab06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4232f523b04a47b687f24c2b6793e31656e5117a831e1311f14b886e2a85ab06, en de alinea staat in dat document op bytes 10897 tot 12252.