Citaat | Hoge Raad 8 juli 2008

Alinea 32 Hoge Raad 8 juli 2008

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9186.

"Ik heb mij verbaasd over de omgang welke tussen [betrokkene 1] en zijn dochter [betrokkene 3] speelt. In de loop der tijd heb ik een aantal dingen zelf aanschouwd dan wel uit mondelinge overdracht van [betrokkene 1] zelf mogen vernemen. Zo blijkt dat de volgende zaken aan de orde zijn. [Betrokkene 3] likt haar vaders oor en geeft hem zuigzoentjes (hiervan toonde hij ook een plekje in zijn nek), hij zuigt haar vingers uitgebreid (en dan heb ik het niet over jamvingers na het eten van pannenkoeken, en dergelijke) en gefriemel aan zijn piemel bij het douchen. De feiten lijken wellicht onschuldig stuk voor stuk genomen, echter bij opsomming hiervan en gezien zijn bezitterige houding ten opzichte van [betrokkene 3] denk ik dat enige oplettendheid in het belang van uw dochter gepast zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10a8fc6c4b247b840426b16d65ba6174e78f99d1b00845d4f5989d4237630122. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10a8fc6c4b247b840426b16d65ba6174e78f99d1b00845d4f5989d4237630122, en de alinea staat in dat document op bytes 10446 tot 11258.