Citaat | Hoge Raad 11 juli 2008

Alinea 48 Hoge Raad 11 juli 2008

Een alinea uit Hoge Raad 11 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9365.

3.4.1 Ingevolge art. 6:108 lid 1, aanhef en onder d, BW is de aansprakelijke persoon gehouden tot vergoeding van schade door het derven van levensonderhoud aan degene die met de overledene in gezinsverband samenwoonde en in wiens levensonderhoud de overledene bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding, voor zover deze nabestaande schade lijdt doordat na het overlijden op andere wijze in de gang van de huishouding moet worden voorzien. De in de aanhef van deze bepaling ("schade door het derven van levensonderhoud") besloten liggende beperking dat geen aanspraak op schadevergoeding bestaat voor zover de nabestaande, kort gezegd, gelet op alle omstandigheden van het geval ondanks zijn schade niet als behoeftig kan worden aangemerkt, geldt - evenzeer als het geval is voor de in lid 1, onder a tot en met c, omschreven gevallen waarin de overledene in het levensonderhoud bijdroeg door het verschaffen van materiële voorzieningen zoals kleding, voedsel of financiële bijdragen (vgl. HR 4 februari 2000, nr. R98/132, NJ 2000, 600) - ook voor het in lid 1, onder d, omschreven geval waarin de overledene in het levensonderhoud bijdroeg door het doen van de gemeenschappelijke huishouding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/415005a8abd75273cbbe5bd0e8e3c74e5a526e62c0db4ecb0ecdbd1f2456a00f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 415005a8abd75273cbbe5bd0e8e3c74e5a526e62c0db4ecb0ecdbd1f2456a00f, en de alinea staat in dat document op bytes 13202 tot 14427.