Citaat | Hoge Raad 15 april 2008

Alinea 35 Hoge Raad 15 april 2008

Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9408.

U houdt mij voor de verklaringen die bij de politie zijn afgelegd door [betrokkene 2]. Op uw vraag of ik meteen ben weggerend antwoord ik u dat ik in eerste instantie wegliep. Vervolgens ontdekte ik dat ik een enveloppe met geld die ik eerder die dag in mijn zak had gestopt, niet meer bij mij had. Ik ging daarom terug om mijn geld te halen. In het café dacht men dat ik om het wisselgeld kwam vragen maar dat was niet zo. Toen ik terug kwam in het café heb ik mijn jas die daar nog lag meegenomen. De enveloppe was verdwenen. Ik realiseerde mij op dat moment niet dat de man die ik had gestoken dood was. Hij lag wel op de grond maar ik heb er verder niet op gelet hoe het met hem ging. Ik was zoals ik al zei die bewuste dag op verlof tijdens een detentieperiode. Ik had een baan geregeld voor de tijd dat ik weer vrij zou komen. Ik kon dit helemaal niet gebruiken en heb er ook de rest van mijn leven mee te maken. U houdt mij voor dat uit de verklaringen van de verschillende getuigen in het geheel niet kan worden afgeleid dat er jegens mijn vrienden en mij sprake was van een vijandige benadering door de eigenaar van het café en andere medewerkers en u vraagt mij waarom ik dan toch mijn toevlucht heb gezocht tot dit uiterste middel. Ik kan u alleen maar zeggen dat het niet mijn bedoeling was."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2deba7b8adb0d79aaa3db0a8be8721dec1c1dad7cebc47b52a41ba1737a874. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2deba7b8adb0d79aaa3db0a8be8721dec1c1dad7cebc47b52a41ba1737a874, en de alinea staat in dat document op bytes 13404 tot 14724.