Citaat | Hoge Raad 15 april 2008
Alinea 39 Hoge Raad 15 april 2008
Een alinea uit Hoge Raad 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9408.
3.7. Nu de verklaring van de verdachte, zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven, niet alle onderdelen van het bewezenverklaarde betreft - zij houdt immers niet in dat de verdachte erkent dat zijn opzet ten tijde van het plegen van de feiten was gericht op het steken in het hart/de hartstreek/de borststreek van [slachtoffer 2] dan wel het steken met een mes in de onderbuik van [slachtoffer 1] - is 's Hofs kennelijke oordeel dat de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend in de zin van art. 359, derde lid, Sv, onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d2deba7b8adb0d79aaa3db0a8be8721dec1c1dad7cebc47b52a41ba1737a874. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d2deba7b8adb0d79aaa3db0a8be8721dec1c1dad7cebc47b52a41ba1737a874, en de alinea staat in dat document op bytes 16014 tot 16586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d2deba7b8adb0d79aaa3db0a8be8721dec1c1dad7cebc47b52a41ba1737a874 | shasum -a 256