Citaat | Hoge Raad 29 april 2008
Alinea 28 Hoge Raad 29 april 2008
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0544.
"Op 9 april 2005 reed ik met mijn auto weg vanaf het benzinestation [A] gelegen aan de N218 te Geervliet. Op het moment dat ik ter hoogte van de afrit van het tankstation reed, remde ik mijn auto af tot bijna stilstand en keek over mijn linkerschouder om te kijken of er verkeer naderde. Ik had vrij zicht over de gehele weg, niets heeft mijn zicht belemmerd. Ik weet dat de N218 een voorrangsweg is en dat ik het naderende verkeer voor moet laten gaan. Ik reed met mijn auto de N218 op. Ik reed ongeveer twintig meter op de N218 in de richting van Spijkenisse toen ik plotseling "iets" hoorde remmen, ik zag tegelijkertijd in mijn achteruitkijkspiegel dat er een motorrijder achter mij reed. Ik zag dat de motorrijder een slingerende beweging maakte. Ik voelde dat de motorrijder tegen de linkerachterzijde van mijn auto aanreed. Ik zag dat de motorrijder de weghelft voor het tegenovergesteld verkeer op gleed. Vervolgens zag ik dat de motorfiets in botsing kwam met een tegemoetkomend voertuig, een Mercedes, en dat de Mercedes daarna met het linkerachterwiel over de motorrijder heenreed."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2c5521dcc15508138ba37fc7f239b83c454f5f3dece5e04ee0c9fbadf8aa0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2c5521dcc15508138ba37fc7f239b83c454f5f3dece5e04ee0c9fbadf8aa0c, en de alinea staat in dat document op bytes 10578 tot 11684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca2c5521dcc15508138ba37fc7f239b83c454f5f3dece5e04ee0c9fbadf8aa0c | shasum -a 256