Citaat | Hoge Raad 10 oktober 2008

Alinea 41 Hoge Raad 10 oktober 2008

Een alinea uit Hoge Raad 10 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7601.

3.4 Het hof heeft in de hiervoor weergegeven overweging tot uitdrukking gebracht dat de door [eiseres] aangevoerde feiten en omstandigheden, die door haar in eerste aanleg mede als grondslag waren aangevoerd voor haar door de rechtbank verworpen standpunt dat haar ouders of zij door verjaring de eigendom hebben verkregen van het perceel met de daarop gebouwde recreatiewoning, evenmin kunnen meebrengen dat haar ouders of zij door verjaring een recht van opstal hebben verkregen, reeds omdat die gestelde feiten en omstandigheden niet wijzen op het, voor zodanige verjaring vereiste, ondubbelzinnige bezit van het recht van opstal. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is in het licht van de gedingstukken alleszins begrijpelijk. Daarop stuit het middel in zijn geheel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccf16d2eae1c7779d015fb48ee944afed4d84fe4b7d71d55f66cd790083a2886. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccf16d2eae1c7779d015fb48ee944afed4d84fe4b7d71d55f66cd790083a2886, en de alinea staat in dat document op bytes 11364 tot 12179.