Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2008

Alinea 50 Hoge Raad 21 oktober 2008

Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7821.

Desgevraagd antwoordt verdachte ter zitting in hoger beroep dat de twee Engelsen tegenover hem stonden op nog geen drie meter afstand en dat hij zijwaarts uitzicht had op het verlengde van de steeg waarin het incident plaatsvond. Op geen enkele wijze is gebleken dat er feitelijke belemmeringen waren die verdachte zouden kunnen beletten zich te verwijderen van de plaats waar de gewelddadige confrontatie zich had afgespeeld. Dit laatste wordt met name ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 2] (p.177) die meldt dat verdachte voordat hij toestak ook weg had kunnen lopen of rennen. Tevens heeft [getuige 2] verklaard dat hij verdachte na het steken hard heeft zien wegrennen (p.98). Verdachte kon zich dus verwijderen van de plaats van het delict en had dit ook moeten doen, in plaats van zich tweemaal te bewegen in de richting van de Engelsen en tot de aanval over te gaan. Hier komt nog bij dat verdachte heeft volhard in zijn verklaring afgelegd op de terechtzitting in eerste aanleg op 14 juni 2006, namelijk dat hij ervoor had gekozen om direct te steken in plaats van eerst met het mes te dreigen. Ook gelet op deze omstandigheid moet het beroep op noodweer, respectievelijk noodweerexces dan ook worden verworpen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d64c3593e815c713fd40f87f5a91547a65e7e01a63905feb3bcc1b329d086c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d64c3593e815c713fd40f87f5a91547a65e7e01a63905feb3bcc1b329d086c, en de alinea staat in dat document op bytes 19667 tot 20917.