Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2008

Alinea 51 Hoge Raad 21 oktober 2008

Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7821.

4.4. Aan zijn verwerping van het beroep op noodweer respectievelijk noodweerexces heeft het Hof, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd. Op het moment dat de verdachte, na de eerste door de Engelsen begonnen gewelddadige confrontatie, van zijn twee Engelse belagers was weggelopen naar de andere kant van de steeg, was geen sprake meer van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De verdachte verrichtte, toen hij het uit zijn binnenzak gevallen mes had opgepakt en met het mes in de richting van [slachtoffer 1] stapte en met het mes instak op [slachtoffer 1] en op [slachtoffer 2], daarmee handelingen die moeten worden gezien als een directe tegenaanval van de verdachte op de beide Engelsen. Niet aannemelijk is geworden dat toen een onmiddellijk dreigend gevaar voor een nieuwe wederrechtelijke aanranding bestond. Evenmin is een "na-ijlend effect van de direct aan het steekincident voorafgegane gewelddadige ervaring met de Engelsen" aannemelijk geworden; de beide Engelsen hadden op dat moment geen fles of wapen meer in hun handen. Bovendien heeft de verdachte ervoor gekozen om direct te steken in plaats van eerst met het mes te dreigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d64c3593e815c713fd40f87f5a91547a65e7e01a63905feb3bcc1b329d086c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d64c3593e815c713fd40f87f5a91547a65e7e01a63905feb3bcc1b329d086c, en de alinea staat in dat document op bytes 20955 tot 22142.