Citaat | Hoge Raad 21 oktober 2008

Alinea 53 Hoge Raad 21 oktober 2008

Een alinea uit Hoge Raad 21 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7821.

Het enkele feit dat de voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte (hiervoor weergegeven in 3.2 onder a) inhoudt dat een van de Engelsen het op straat gevallen mes ook wilde pakken, maakt, anders dan in het middel wordt aangevoerd, het oordeel van het Hof dat geen sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een nieuwe aanranding niet onbegrijpelijk; deze omstandigheid dwingt immers niet ertoe aan te nemen dat die Engelsman met het mes de verdachte zou hebben willen aanvallen. Anders dan in het middel wordt betoogd, is de voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte dat hij niet aan de mogelijkheid heeft gedacht dat hij het mes kon wegschoppen of om eerst te dreigen vóór hij toestak (hiervoor weergegeven in 3.2 onder a) niet onverenigbaar met het oordeel van het Hof dat de verdachte ervoor heeft gekozen om direct te steken in plaats van eerst met het mes te dreigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6d64c3593e815c713fd40f87f5a91547a65e7e01a63905feb3bcc1b329d086c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6d64c3593e815c713fd40f87f5a91547a65e7e01a63905feb3bcc1b329d086c, en de alinea staat in dat document op bytes 22532 tot 23452.