Citaat | Hoge Raad 21 november 2008
Alinea 46 Hoge Raad 21 november 2008
Een alinea uit Hoge Raad 21 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF1032.
4.2.2 De rechtbank heeft de vorderingen in conventie, voor zover ingesteld tegen Victory en [verweerster 2], afgewezen en de vordering in reconventie, voor zover ingesteld door [verweerster 2], toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank was de door [eiser] geleden schade niet veroorzaakt door de sloop van de fundering van de drukkerij maar door de nadien uitgevoerde ontgravingen van de bouwput tot onder het niveau van de fundering van het pand van [eiser]; als gevolg daarvan is zand onder de fundering weggevloeid en is de draagkracht van de fundering verloren gegaan. Voor de schade is, aldus de rechtbank, [A] aansprakelijk nu deze de ontgravingen zonder hulp van anderen heeft uitgevoerd en van haar als gespecialiseerd sloop- en grondbedrijf mag worden verwacht dat zij weet dat ontgraving tot onder de fundering van het belendende pand schade als de onderhavige tot gevolg kan hebben. Volgens de rechtbank had [eiser] geen althans onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan [verweerster 2], als opdrachtgever van [A], en/of Victory, als opdrachtgever van [verweerster 2], jegens [eiser] aansprakelijk is dan wel zijn voor de door [A] veroorzaakte schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67, en de alinea staat in dat document op bytes 12387 tot 13586.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ad85342116ff418446a4ea722dc749d5e5709dea3c0207615dd86a64d6eb0d67 | shasum -a 256